» Oefeningen skateboardsyndicaat H5 t/m H8

Wat is dit?

Foto
Hieronder de oefeningen bij de hoofdstukken 5 tot en met 8 van het skateboardsyndicaat.

Norm: Je veilig voelen

‘Het skateboardsyndicaat’ – Hoofdstuk 5 – Syndidinges


Auteur: René van Engelen

Doel:

Leerlingen denken na over ‘met z’n allen tegen één’.

Toelichting:

Het is goed dat een positieve groep het opneemt voor een kind dat door andere kinderen wordt gepest. Het is echter ook heel eng voor degene die aangepakt wordt door die grote groep. Moet je nu de ‘positieve wraak’ van de grote groep laten gaan of bescherm je de pester tegen de dreiging van de grote groep? Meester André wordt in dit hoofdstuk geconfronteerd met dit dilemma. De kinderen gaan in deze oefening hierover nadenken. Uiteindelijk maakt Meester André een keuze. Wel laat hij de kinderen beloven goede winnaars te zijn (en niet uit te gaan jouwen).

Voorbereiding:

Lees hoofdstuk 5 van het boek goed door en bepaal waar accenten komen. Bedenk welke leerlingen als eerste het woord krijgen na het verhaal (zie paragraaf 5.7 uit ‘Grip op de groep’). Kijk van te voren of er kinderen zijn met hechte vriendschappen. Zij kunnen hier (zeker bij de laatste vraag uit de nabespreking) iets over vertellen. Bepaal van te voren of er een potentiële dictator met meelopers in de groep aanwezig is. Laat hen NIET aan het woord. Wees er op bedacht dat kinderen uit de klas hun gedrag uit vorige jaren zouden kunnen benoemen.

Lees de vragen goed door.

Je kunt kiezen voor een kringvorm, maar tijdens het voorlezen is een plek achter een eigen tafeltje ook prima (of zelfs beter).

Uitvoering:

·         Vertel de leerlingen als ze in de kring zitten, dat het vijfde hoofdstuk van ‘Het skateboardsyndicaat’  voorgelezen gaat worden en dat er daarna over gepraat gaat worden.

·         Lees hoofdstuk 5 voor.

 

Nabespreking:

·         Meester André wil over het skateboardsyndicaat praten. Wat vindt hij goed aan het idee? Wat vindt hij een probleem?

·         Is dat eng, met een hele groep tegen een paar?

·         Meester André wil niet dat de kinderen niet Duncan gaan uitjouwen als hij verliest. Waarom niet?

·         Waarom is meester André trots op de kinderen van zijn klas?

·         Wie heeft er een voorbeeld waarbij er een hele groep tegen één of een paar andere kinderen ging? Wat vind je daarvan? (eventueel: hoe voelde dat?, als het kind het zelf heeft meegemaakt)

Norm: Positieve communicatie

‘Het skateboardsyndicaat’ – Hoofdstuk 6 – Confrontatie

Auteur: René van Engelen

Doel:

Leerlingen krijgen inzicht in een pester. Ze ontdekken dat iemand ook gevormd wordt door zijn omgeving.

Toelichting:

Kinderen gaan niet zomaar pesten. Daar is een reden voor. Vaak is dit een negatief zelfbeeld. In dit verhaal wordt dit negatieve zelfbeeld (bij Duncan) gekoppeld aan de vader van Duncan. Leg hier niet te veel nadruk op. Dit zou de suggestie wekken dat het ‘altijd om vaders gaat’. Dat is onzin.

Kinderen zijn goed in staat deze achtergrond te zien. In dit hoofdstuk ligt het er ook dik bovenop.

Voorbereiding:

Lees hoofdstuk 6 van het boek goed door en bepaal waar accenten komen. Bedenk welke leerlingen als eerste het woord krijgen na het verhaal (zie paragraaf 5.7 uit ‘Grip op de groep’). Zoek uit of er kinderen zijn die gepest zijn/worden en of er kinderen zijn die pesten. Zoek ook uit of er kinderen zijn met een negatief zelfbeeld. Een zelfbeeld (positief of negatief) kun je bijvoorbeeld meten met Viseon van CITO (www.cito.nl).  Hou met de genoemde zaken rekening. Lees de vragen goed door.

Vertrouw er op dat kinderen inzicht hebben in sociale processen. Stuur gerust bij de beantwoording van de vragen.

Je kunt kiezen voor een kringvorm, maar tijdens het voorlezen is een plek achter een eigen tafeltje ook prima (of zelfs beter).

Uitvoering:

·         Vertel de leerlingen als ze in de kring zitten, dat het zesde hoofdstuk van ‘Het skateboardsyndicaat’  voorgelezen gaat worden en dat er daarna over gepraat gaat worden.

·         Lees hoofdstuk 6 voor.

 

Nabespreking:

·         Hoe komt het dat Duncan pest?

·         Waarom besluit Duncan dat hij Frank in elkaar wil gaan slaan?

·         Hoe zou de vader van Duncan met zijn zoon om moeten gaan om er voor te zorgen dat Duncan geen pestkop wordt?

·         Mag je het tegen iemand zeggen als hij of zij iets verkeerd doet? Mag je boos zijn op iemand?

·         Waarom pakt Duncan Yuri?

·         Wat verandert er bij Duncan als Raymond besluit dat Duncan de scheidsrechter mag kiezen?

Norm: Samenwerken

‘Het skateboardsyndicaat’ – Hoofdstuk 7 – De wedstrijd

Auteur: René van Engelen

Doel:

Leerlingen benoemen dat als je samenwerkt, het beter gaat.

Toelichting:

Deze keer mag het verhaal vooral zijn werk doen. Het is de apotheose. Het is dan ook het langste hoofdstuk. In de vraagstelling gaat het over het samenwerken. De positieve groep heeft de neiging om elkaar te stimuleren. Bij een tegenslag (het vallen van Yuri in het verhaal), werkt de tegenslag appellerend op het positieve groepsgevoel.  Bij een negatieve groep krijg je door de onzekerheid dat de schuld voor de tegenslag buiten jezelf wordt gezocht (externe attributie). Het vallen Marit leidt dan ook niet tot steun voor Marit, maar tot het afzetten tegen Marit. Zij krijgt de schuld van het verlies van de groep.

Voorbereiding:

Lees hoofdstuk 7 van het boek goed door en bepaal waar accenten komen. Bedenk welke leerlingen als eerste het woord krijgen na het verhaal (zie paragraaf 5.7 uit ‘Grip op de groep’). Lees de vragen goed door.

Je kunt kiezen voor een kringvorm, maar tijdens het voorlezen is een plek achter een eigen tafeltje ook prima (of zelfs beter).

Uitvoering:

·         Vertel de leerlingen als ze in de kring zitten, dat het zevende hoofdstuk van ‘Het skateboardsyndicaat’  voorgelezen gaat worden en dat er daarna over gepraat gaat worden.

·         Lees hoofdstuk 7 voor.

 

Nabespreking:

·         Waarom gaat Marit niet meer haar skateboard op, denk je?

·         Waarom gaat Yuri wel weer zijn skateboard op?

·         Wat is het grote verschil tussen de groep van Duncan en het skateboardsyndicaat?

·         Heb je zelf een voorbeeld van een groep waarin kinderen goed met elkaar omgaan en dingen beter lukken omdat je goed samenwerkt?

 

Norm: -

‘Het skateboardsyndicaat’ – Hoofdstuk 8 – Wissel!

Auteur: René van Engelen

Doel:

Leerlingen kunnen vrij reageren op het hele verhaal.

Toelichting:

In dit laatste hoofdstuk loopt het allemaal goed af. In de praktijk is dit niet altijd zo. Er zijn te veel kinderen die blijvend lijden onder pestgedrag.

In deze laatste oefening staat geen specifieke norm centraal. Kinderen kunnen in een klassengesprek reageren op het hele verhaal. Ze kunnen hun eigen moraal van het verhaal formuleren.

Voorbereiding:

Lees hoofdstuk 8 van het boek goed door en bepaal waar accenten komen. Bedenk welke leerlingen als eerste het woord krijgen na het verhaal (zie paragraaf 5.7 uit ‘Grip op de groep’). Lees de vragen goed door.

Je kunt kiezen voor een kringvorm, maar tijdens het voorlezen is een plek achter een eigen tafeltje ook prima (of zelfs beter).

Uitvoering:

·         Vertel de leerlingen als ze in de kring zitten, dat het achtste hoofdstuk van ‘Het skateboardsyndicaat’  voorgelezen gaat worden en dat er daarna over gepraat gaat worden.

·         Lees hoofdstuk 8 voor.

 

Nabespreking:

Stel open vragen die kinderen de ruimte laat om op het hele verhaal te reageren. Laat ze ook waardeoordelen uitspreken.


 
[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Contact

  • Mail naar r.engelen9@chello.nl voor meer informatie / aanvragen.

Copyright 2002-2018